Rook

Een man beziet het epicentrum van zijn bestaan: de kruidenierswinkel waar hij meer dan een halve eeuw lang de wereld aan hem voorbij ziet trekken. Dorpsgenoten, de boeren, meneer Pastoor, vrachtwagenchauffeurs. "Leven en laten leven, dat is mijn gezegde." De man ontkent zichzelf, niet eens bewust; hij leidt eenvoudig een leven zonder standpunten en stellingnames. Maar een enkele keer is er geen ontkomen aan. Dan moet je partij kiezen.

Fragment

Aan de overkant, naast het Heilig Hartbeeld, staat een kledingcontainer.
Daar gooien de mensen oude kleren in. Voor Polen.
Op donderdagavond wordt er gebeld.
De buitenlamp springt aan.
Ik kijk door het raam en daar staat Geert Sprenkels.
Het vriest al een beetje.
Ik haal de achterdeur van het slot.
Piet, je moet meekomen. Er zit er eentje in de container.
Wij steken de straat over.
Bij de container staat Jo Jorissen.
Hij wijst met een grote zaklantaarn.
Hier zit-ie.
Hoe weet jij dat?
Mijn vrouw heeft hem erin zien kruipen.
Door de stortkoker.
Dat is nog geen halve meter.
Das maar zat.
Ik hoor niks.
Jo slaat met zijn zaklamp tegen de container.
Zeg!
Stil, zo kunnen we hem niet horen.
Hier kan niemand inzitten.
Ik hou de klep open, schijn jij naar binnen.
Voorzichtig.
Hij bijt niet.
Zie je iets?
Hela!
Zie je iets?
Wat zegt-ie?
Het is een bruine, een neger.
Een zwarte. Dat jij dat kunt zien!
Laat mij eens kijken.
Hela, eruit jij! Je mag hier niet inzitten!
Wat zegt-ie?
Stil.
Please, mister. Please, I am sick. Dat zegt-ie.
Een asielzoeker.
Een drugsverslaafde.
Een Franse neger.
Hij praat Engels.
Dat doen ze allemaal.
We moeten hem eruit jagen.
Gooi er maar een lucifer bij, dan staat-ie zo buiten.
Hij is ziek, zegt-ie.
We moeten de politie bellen.
En dan?
Als hij ziek is, moeten we de dokter bellen.
Die is niet ziek.
Ik zou meteen de politie bellen.
En dan?
Die wil hier immers alleen maar slapen.
We bellen niemand.
Die ligt hier goed zo, op al die kleren.
Lekker warm.
Er steekt geen kwaad in.
Daar is ook niks aan verspeeld.
Laat hem maar liggen.
Die is morgen vroeg al weer weg.
Zulke blijven nooit lang.
Zulke zijn altijd op doorreis.
Een neger in de container!
Jo slaat er nog een keer met zn lamp tegenaan.
Voor de zekerheid, denk ik.
We gaan alledrie terug naar huis.
We hebben het koud gekregen van zolang buiten staan.

De volgende dag zit hij er nog.
Als ik de klep openduw en de zon naar binnen schijnt, zie ik hem zitten.
In een hoekje, met opgetrokken knien.
Hij heeft een paar zakken opengemaakt en de kleren als een deken over hem heen gelegd.
Wij kijken elkaar even aan.
s Avonds smeert ons Riet een paar boterhammen met vlees.
Ik gooi het zakje door de stortkoker naar binnen, zonder te kijken.

Rook is in het najaar van 2006 geschreven voor Berichten uit de Samenleving, een theaterproject over tolerantie van o.a De Wetten van Kepler, Productiehuis Brabant, Het Zuidelijk Toneel, Drieons, United-C en Toneelacademie Maastricht. De voorstelling zou in december spelen in Den Bosch, Tilburg en Eindhoven. Door ziekte van initiatiefnemer Wim Berings werd het project uitgesteld.

Rook is in januari 2007 integraal gepubliceerd in Huisvlijt, magazine van Productiehuis Brabant. Bestellen via info@productiehuis.nl

Op 5 en 6 oktober 2007 werd een bewerking van Rook gespeeld op de Theater4daagse in Tilburg. In een regie van Ad van den Kieboom is de tekst uitgevoerd door spelers van verschillende verenigingen uit de gemeente Zundert, getiteld: Saus.