Slaatje

Dit is een salade. Een overheerlijke salade, daar niet van. Met frisse eikenbladsla en artisjokken, roomzachte geitenkaas met een toefje honing, grote knapperige croutons, verse kruiden en een fantastische frambozendressing. Naast de salade stond een mooi glas gekoelde rosé. Het kan erger.

Maar die salade wordt pas legendarisch als ik erbij vertel waar die geconsumeerd werd: op het middeleeuws ommuurd terras van het textielmuseum in hartje Barcelona op een zonovergoten zondagmiddag in mei. En dat bijna niemand die prachtplek kent, omdat iedereen steeds het Picassomuseum aan de overkant van de steeg binnenwaggelt, maar dat wij lekker getipt waren door een kenner en dat die salade amper zes euro kostte. Dan vooral spreekt het gerecht tot de verbeelding.

En dat moet ook. Vooral tot de verbeelding van degenen die er niet bij waren, de thuisblijvers, die met ferme verhalen en ander doorzichtig bewijsmateriaal overtuigd dienen te worden van een hele rits gemiste kansen, ter meerdere eer en glorie van de gevierde vakantiegangers. De belangrijkste voorwaarde voor een geslaagde vakantie is niet de vakantie zelf, maar de verslaggeving ervan. Bij voorkeur rijkelijk geïllustreerd.

Overdrijving is dan toegestaan.
Vaak noodzakelijk.
Misschien zelfs verplicht.

Zo struikelden wij in Barcelona op de, te toeristische Carrer de la Rambla (een soort Zundertse Aardbeienfeesten maar dan anders) over de levende beelden. Lezende man, stoere schipper, oude mijnwerker, vrouw met tegenwind. Knap gedaan, maar als je er eentje hebt gezien, dan heb je ze allemaal gezien. En steeds stonden er honderden randdebielen met een telefoon of een gewoon fototoestel om zo’n straatartiest heen. Dus ik op een gegeven moment naar zo´n droef type  toe en ik vroeg hem wat hij met die foto van plan was. Om straks thuis te laten zien natuurlijk, hoe goed die artiest wel niet was natuurlijk omdat je haast niet kon zien dat het geen echt beeld was natuurlijk, kijk maar en hij wees op het schermpje. Ja, zei ik, hij beweegt inderdaad niet.
Hij keek beduusd naar zijn apparaat, ik sloeg hem op de schouder en zei bemoedigend dat al die anderen het vast ook niet door hadden. Afijn, wij lachen.

Zoiets.
Maar wees voorzichtig met verkleinwoorden. Mensen gebruiken in vakantieverhalen altijd verkleinwoorden om die verhalen groter te maken. Alsof sommige zaken er niet zo toe doen en ze dus niet meer dan de schijn van terloopsheid mogen dragen. Valse bescheidenheid om de vileine trots die daar stiekem op volgt te verbloemen. Of om te bewijzen dat wij toevallig nog wèl oog hebben voor het kleine en het kwetsbare en het pittoreske. Wij zaten daar in een hotelletje en vlak in de buurt was er zo´n dorpje waar wij ´s avonds dan aan zo´n pleintje in een leuk cafeetje met een  terrasje aan een tafeltje met een wijntje en een kaasje en een soepje en een broodje in een restaurantje aan het riviertje over het bruggetje bij het weggetje naast het kerkje rechts van het bakkertje op ons weekendje weg.

Overigens heeft het gesprek met de levende beelden fotograferende toerist niet plaatsgevonden. Toen ik al die mensen zo bezig zag, elk een apparaat een halve meter voor zich uit houdend om een foto te maken van iemand die probeert niet te bewegen, heb ik er wel aan gedacht om er eentje op aan te spreken. Meer niet.

De salade was wel echt.
En net als de rest van Barcelona:
niet te versmaden.