De Lexington

De Lexington is een reclamelichtbak aan de gevel van de kruidenierswinkel. Elke avond, als het begint te schemeren mag één van de broertjes Peeke of Wimme de lichtbak aandoen. De schakelaar bevindt zich op de slaapkamer van hun oudere zus. En dat verschaft hen niet alleen een uitzicht op het dorp onder hen.

Fragment

PEEKE
Ik doe het raam open en ik hang over de vensterbank naar buiten. Links hangt de Agio. Die gaat gelijk aan met de Lexington.
 
WIMME
Maar ons Ma zegt nooit: steek de Agio eens aan.

PEEKE
Hij is ook niet zo mooi als de Lexington. Die is wit en veel groter. De Agio is zwart en ovaal. Het lijkt niet eens op een doos sigaren.

WIMME
Misschien zegt ons Ma het daarom.

PEEKE
Wat.

WIMME
Steek de Lexington aan en niet: steek de Agio aan.

PEEKE
De Lexington hangt er ook veel langer dan de Agio.

WIMME
En op de stoep staat een fietsenrek met Northstate erop.

PEEKE
En in de zomer een bord van Eskimo IJs.

WIMME
En een wit bord met rode letters: Laatste winkel voor de grens. Maar dat weet jij niet meer.

PEEKE
Nee.
Rechts, vlakbij, de Lexington en helemaal links, bij het raam van ons Pa en ons Ma, de Agio. En aan de overkant zit Jojo met een fles bier. Hij heeft me gezien! (zwaait bedeesd)

WIMME
Aan de overkant van de straat, links naast de kerk. De drogisterij van Sprenkels. Een platte witte gevel met twee benzinepompen want bij Sprenkels is ook de Fina. Daar zit Jojo de hele dag in zijn houten hokje, tegen de gevel geplakt.

PEEKE
Jojo heeft vuurrood haar en een blauwe overall. Hij drinkt de hele dag bier en Sprenkels weet dat niet. 's Morgens om zeven uur, als Jojo begint, is het eerste wat hij doet een bak bier onder zijn tafeltje zetten en 's avonds om een uur of tien, als de pomp dichtgaat, komt hij met de lege bak uit zijn hokje. Bij ons achterom een nieuwe halen. Elke dag één bak.
Jojo weet alles. Jojo ziet alles.

Wimme speelt Jojo.

JOJO
Het is tijd. Aan de overkant hebben ze d'r pakje sigaretten weer aangedaan. Peeke was aan de beurt vanavond. (zwaait uitdagend) Wijsneus.
 
PEEKE
De hele dag bezig tegen de vrachtwagenchauffeurs, maar het bestaat niet dat hij ze kan verstaan. Ja, de Nederlandse en de Belze. Maar de Fransen en de Italianen en de Spanjaarden en de Denen en de Noren en de Hongaren. Dat bestaat niet. Hij roept maar wat.

JOJO
Koos gaat het snijmachine poetsen. Kees nog wat schrijfwerk. Wat lege dozen rechtzetten en klaar is Kees. En Koos.

PEEKE
Hij kan zijn eigen naam nog niet eens schrijven.
Jojo komt uit een lager milieu. Dat zie je aan zijn rood haar.

JOJO
Zo. Dat was de dag weer. Boodschappen bij de boeren thuisbrengen. Klanten in de winkel. Schrijf het maar op, Koos. Onze Piet komt van de week wel afrekenen.
En dan al die chauffeurs. Want het was weer druk op de weg. Dozen boter, sloffen sigaretten, zeep voor de vrouw. En Kees maar rekenen. Want dan zit hij met zijn vreemd geld. Wat staat de frank, Jojo? Wat staat de mark? Weet ik veel. Vraag dat op het kantoor aan de grens. Daar zitten ze'r voor.
Je moet hem eens horen tellen, Kees, als hij geld teruggeeft. Ains, toe, draai, fiftie. Merci alsteblief. Oolte mannie, koete mannie.

PEEKE
Jojo durft alles. Als meneer Pastoor met zijn huishoudster voorbij komt, dan roept hij gewoon over straat: Dag meneer en mevrouw Pastoor.

JOJO
Hé. Kijk nou. Jan van Kasse. Die schiet zomaar gauw achterom. Zeker televisiekijken bij de kruidenier. Wat komt er? Jan van Kasse. De tweede oudste, maar hij geeft niks om boeren, zegt Kas. Nee, daar heeft hij een veel te grote kop verstand voor. Jan is anders. Jan is een aparte. Dat zie ik zo.

PEEKE
Jojo weet alles. Jojo ziet alles.

Peter Dictus schreef De Lexington in 1998 voor het grensoverschrijdend theaterproject voor amateurs in het Vlaams Nederlands grensgebied, georganiseerd door het Belgisch Nederlands GrensOverleg (BENEGO). Het werd bij die gelegenheid uitgevoerd in onder meer Roosendaal, Turnhout en Zundert door een theatergroep uit Hoogstraten in de regie van Kim Schrier.