Eindelijk lijkt het Brabants geëmancipeerd

Het Brabants mag aan het uitsterven zijn, de Brabantse tongval is herkenbaar en wordt overal meer gehoord en getolereerd dan vroeger.

Brabanders die naar den vreemde trekken zijn minder bang dan vroeger om hun Brabantse klankkleur te worden uitgelachen. Dat komt omdat de norm 'spreek Algemeen Nederlands' minder streng is dan voorheen. Maar het is ook een illustratie van de voortschrijdende emancipatie van het Brabants. Acteurs als Frank Lammers en Monic Hendrickx gebruiken zonodig hun accent als toegevoegde waarde aan hun spel, zonder karikaturen te spelen, en niet met het doel om het dialect te prediken of in stand te houden. Dat geldt ook voor cabaretiers als Theo Maassen en Hans Teeuwen. Bij hen is het Brabants accent een wezenlijk onderdeel van hun theatrale identiteit. Voor zangers als JW Roy en Peter Dictus geldt hetzelfde en dan is er nog Gerard van Maasakkers, die stilaan uitgroeit tot een Bekende Nederlander.

Volgens Peter Dictus, in 1985 afgestudeerd met een scriptie over het Zunderts, is een belangrijk kenmerk van gesproken talen als dialecten de doorgaans beperkte woordenschat. „Wie over minder woorden beschikt, drukt zich anders uit. De nuances schuilen dan meestal in de intonatie, of in een dubbele betekenis van exact dezelfde woordkeus. Dat leidt zeker in gezongen teksten tot je reinste poëzie. ’Ziet ’m staan daar achter de schuur’, zingt Gerard van Maasakkers. Spot én mededogen in één zin. Dat is met precies dezelfde woorden in het Nederlands ondenkbaar. Zo bereik je met dialect een gelaagdheid die verder reikt dan een simpele woordspeling.“

Gerard van Maasakkers, JW Roy en Peter Dictus lijken vooral één ding gemeen te hebben: ze schrijven en zingen geen Brabants óm het Brabants. Bij hen wordt het dialect niet op sterk water gezet. Hun dialectgebruik is een logisch gevolg van de opvatting om zo waarachtig en authentiek mogelijk hun gevoelens uit te drukken. Dat gaat het best in je eigen taal. Van Maasakkers: „In het begin heb ik wel eens mooiere woorden gebezigd dan ik gebruik in de normale omgang. Maar dat is passé, mij gaat het er alleen maar om zo goed mogelijk een bepaald gevoel over te brengen en niet om zo curieus mogelijke woorden te gebruiken.“ Roy: „Ik schrijf héél erg vanuit mijn gevoel, taalwetten ken ik eigenlijk niet, misschien is het daarom wel oprecht.“ Peter Dictus: „Ik denk en zing op de manier waarop ik spreek. En dat ontwikkelt zich, dat verandert. Net zoals de taal zich constant ontwikkelt. Dat maakt het juist zo spannend. Twintig jaar geleden sprak ik een ander Zunderts dan nu en zong ook platter. Dialect is levend, net als elke taal. Dus verandert het, door tijd of verplaatsing.“ Van Maasakkers: „Als ik met ons moeder praat, is dat meer in dialect dan wanneer ik met mijn neefjes of nichtjes praat.“ Roy: „Algemeen Nederlands heb ik moeten leren en toen ik begon te zingen was dat in het Engels. Maar nadat ik eens met Gerard in het Brabants gezongen had, merkte ik hoeveel soepeler dat liep. Op zoek naar oorspronkelijkheid kwam ik zo terug bij het dialect terecht.“ Dictus: „Die taal appelleert aan emotionele beleving die je van je jeugd af ervaren hebt. Als ze jou voor je schenen schoppen, vloek je in het Brabants.“ Van Maasakkers: „Ik kan me gevoelsmatig identificeren met de mensen van hier. Hoe dichterbij, hoe hechter de verwantschap.“

Een paar maanden geleden organiseerden de Brabantse dagbladen de verkiezing van het mooiste Brabantse woord. Voor wie in Brabant opgroeide was het vaak een feest van herkenning. Een nostalgisch weerzien met taal uit een nabij verleden die in rap tempo aan het uitsterven is. Uiteindelijk kwamen woorden als ’affesere’, ’zibbedeeske’ of ’durske’ op het ’kort rijke’ waaruit Brabanders mochten kiezen wat het mooiste Brabantse woord is. Of moeten we spreken van ’wat het mooiste Brabantse woord was’. Want genoemde woorden en vele andere die ingestuurd werden, worden eigenlijk alleen nog maar gebruikt op Brabantse avonden en in liedjes die gaan over ’hoe skòn het vruuger waar'. De verkiezing sloeg aan. De lezers vonden de meest curieuze dialectwoorden in hun krant. „Maar met hedendaags dialectgebruik weten de Brabantse kranten geen raad“, vindt Peter Dictus: „BN/De Stem schreef over mijn cd dat ze nieuwsgierig waren naar een Nederlandstalige uitvoering! Waarom?“

Ook Omroep Brabant heeft volgens de drie zangers een problematische verhouding met het Brabants. „Ze hebben het Brabants Uurke, gesubsidieerd door de provincie. Maar op prime time zijn het vooral de Hilversum-achtigen die de toon mogen zetten.“ Van Maasakkers: „Omroep Brabant gaat niet goed om met de Brabantse liedzangers. Ze gebruiken hun eigenheid niet. Je wordt in het 'Brabants Uurke' gestopt en ze draaien je pas in het normale programma als Hilversum het heeft opgepikt.“ Dictus: „Bij de regionale omroep in Limburg maken liedjes van Limburgse zangers een organisch deel uit van de programmering. Hier hebben ze een gebrek aan eigenwaarde.“ Roy: „De zender staat ver van de luisteraar af en dat is letterlijk hoorbaar in de communicatie. Iemand vraagt iets in algemeen Nederlands en krijgt antwoord in het Brabants!“

Het zuidelijk accent van zangers als Van Maasakkers, Roy en Dictus verwijst niet naar het zogenaamde Bourgondische karakter van de Brabander, naar zijn zogenaamde gezelligheid en gemoedelijkheid, maar naar persoonlijkheid en oorspronkelijkheid. Het is een poëzie die weliswaar minder hard klinkt als de poëzie uit de randstad, maar die niks verder afstaat van de hedendaagse werkelijkheid. Eindelijk lijkt het Brabants geëmancipeerd. Dictus: „Ik noem me niet snel een Brabander, ik wil me niet graag laten afbakenen door lijntjes op een landkaart, maar ik merk wel dat ik erg door deze regio gevormd ben. En daar heb ik niet echt iets op tegen.“ Van Maasakkers: „Vaak had ik het gevoel dat ik in mijn eentje stond. Dus ben ik blij met de cd's van Jan Willem en Peter. Nu liggen er geestverwanten in de winkel. Dat sterkt me om door te gaan.“

Gerard van Maasakkers maakte tal van cd's met liedjes in een Brabantse tongval. JW Roy bracht na een aantal Engelstalige cd's in mei het Brabantstalige album 'Laagstraat 443' uit. Peter Dictus, al vijfentwintig jaar min of meer actief met West-Brabants gekleurde luisterliedjes, bracht pas dit jaar zijn eerste cd uit: 'Hier'. Van Maasakkers en Roy zijn binnenkort onder de naam 'Royakkers' samen te horen op de Boulevard in Den Bosch (10 augustus) en op Folkwoods in Nuenen (12 augustus).

Een artikel van Jace van de Ven, gepubliceerd in Brabants Dagblad op 3 augustus 2005.