Het dikke schrift

Een land, niet eens zo ver van hier. Een land waar je in de zomervakantie naar toe zou kunnen gaan. Maar nu even niet. Het is er oorlog. Een moeder moet haar dochters achterlaten bij hun grootmoeder, aan de rand van een grensstadje. Maar de grootmoeder ziet de tweeling liever gaan dan komen. Ze laat hen hard werken voor een karig maal en een slaapplaats in de keuken. Binnen enkele weken zijn ze vervuild en onverzorgd.

Toch kunnen de twee zussen zich goed redden. Ze weten overal de weg, komen ook waar ze niet mogen zijn en ze leren zichzelf lezen en schrijven. Ook doen ze allerlei oefeningen: in vasten, bedelen, in het verdragen van geweld, in het afleren van aardig zijn. Na enige tijd is de tweeling hard en liefdeloos, bestand tegen elke dreiging van buitenaf. Sterker nog, de meesten in het stadje zijn juist bang van hen.

Waar ze zich ook in bekwaamd hebben, is het opschrijven van hun belevenissen. Ze maken aantekeningen, noteren feiten, zonder commentaar, zonder emotie. Alles wat er niet toe doet, wordt geschrapt. Alleen wat gebeurt, komt erin, zo nauwkeurig mogelijk. Zo ontstaat een dik schrift. Een huiveringwekkend journaal van kinderen die in een oorlog moeten opgroeien.

Fragment
De tweeling bespiedt Hazenlip (die niet te zien is). Dan komt zij op. Ze trekt haar kleren recht, ruikt aan haar vingers. Als ze de tweeling ziet, schrikt ze.

HAZENLIP
Vuile spionnen! Wat hebben jullie gezien?

EEN
Wij hebben je met onze hond zien spelen.

HAZENLIP
Wat dan.

TWEE
Wij hebben je met onze hond zien spelen.

HAZENLIP
Zeggen jullie tegen niemand wat je gezien hebt?

EEN
Wij zeggen nooit tegen iemand iets.

HAZENLIP
Alleen de beesten houden van mij.

TWEE
Is het waar dat je moeder gek is?

HAZENLIP
Alleen doof en blind.

TWEE
Wat is er met haar gebeurd?

HAZENLIP
Niets bijzonders. Op een dag is zij blind geworden en op een dag doof. Ze zegt dat het met mij net zo zal gaan. Hebben jullie mijn ogen gezien? ‘s Morgens als ik wakker word, zijn mijn wimpers aan elkaar geplakt. Mijn ogen zitten vol pus.

EEN
Het is zeker een ziekte die door de dokter genezen kan worden.

HAZENLIP
En hoe kom ik aan geld voor een dokter? Er zijn hier trouwens geen dokters. Die zijn allemaal naar het front.
Af.

(..)

De tweeling speelt blinde en dove.
De een stopt de ander watjes in de oren.
De ander bindt een doek voor de ogen van de een.
Ze controleren elkaars ‘handicap’.
Dan geven ze elkaar een hand.

DE DOVE
De straat is lang en recht. Er staan lage huizen. Wit, grijs, roze, geel en blauw. Aan het eind van de straat is een park met een fontein. De lucht is blauw, met een paar witte wolken. Ik zie vliegtuigen. Vijf bommenwerpers. Ze vliegen laag.

DE BLINDE
Ze maken een hortend, zwaar geluid. De motor is zwaar belast. Ze zijn geladen met bommen. Nu zijn ze voorbij.

DE DOVE
Ja, de straat is leeg.

DE BLINDE
Nee, daar komt iemand aan.

Andere kinderen komen aangelopen.

DE ANDEREN
Kijk. Een blinde en een dove.
De kleindochters van de Heks.
Pas op. Ik ken ze. Ze zijn gevaarlijk.
Ze hebben scherpe stenen.
Zand en kiezels in een sok.
Ze slaan je in elkaar om niets.

De tweeling doet hun ‘handicap’ af.
De anderen zwijgen en zetten een stap terug.
Dan komt Hazenlip met twee emmers water. De anderen richten zich op haar.
Ze trekken aan haar kleren, aan haar haren. Ze stoten tegen de emmers.
Dan pakt iemand haar een emmer af, zet hem op de grond en spuugt erin.

HAZENLIP
Hou op! Ik moet schoon en drinkbaar water mee terug brengen.

DE ANDERE
Het is toch schoon water. Ik heb er alleen in gespuugd. Je wilt toch niet beweren dat mijn spuug vies is? Mijn spuug is schoner dan wat dan ook bij jullie in huis.

Hazenlip bukt om de emmer op te pakken, de ander gaat wijdbeens voor haar staan, met opgetrokken jurk.

DE ANDERE
Lik! Als je me likt, ga ik nieuw water voor je halen. Lik!

Hazenlip nadert de ander en bijt haar plotseling in het kruis.
Ze valt gillend op de grond. De anderen storten zich op Hazenlip.

EEN & TWEE
Hé!

De tweeling haalt een scheermes tevoorschijn.

DE ANDEREN
Kijk uit!
Die gekken hebben een mes!
Wegwezen!

De anderen vluchten.
De tweeling helpt Hazenlip overeind.

HAZENLIP
Waarom hebben jullie me niet meteen geholpen?

EEN
Wij waren benieuwd.

TWEE
Wij wilden zien hoe jij je verdedigt.

HAZENLIP
Verdedigen! Wat had ik kunnen doen tegen zo’n grote hoop?
De tweeling haalt de schouders op.
Jullie zijn echt gek.
Hazenlip pakt de emmers op en gaat weg. Dan draait ze zich om.
Bedankt.
Af.

Het dikke schrift is één van de bewerkingen die Peter Dictus maakte voor de jongerengroepen van regisseur Irma Rens op De Nieuwe Veste, centrum voor de kunsten in Breda. Het is het eerste (gelijknamige) deel van een trilogie van Agota Kristof. In de bewerking werden alle volwassen personages vervangen door jongeren, veel mannelijke rollen werden omgezet naar vrouwelijke. Nagenoeg elke speler speelde daardoor helemaal zijn of haar eigen fysiek. De première van Het dikke schrift was op vrijdag 12 april 2002 in de theaterzaal van De Nieuwe Veste in Breda.