Varkens/Boeren

En
Twee boerinnen. De een met varken, de ander met boek.

(leest voor) Die laatste avond strooide de zon haar paarse gloed over het land. Hn land, dat ze die dag voor het eerst schouder aan schouder hadden bewerkt. Maar hier, op de bank achter tegen het huis, was de vermoeidheid verdwenen. En terwijl de vogels zacht de dag uitzwaaiden, legde hij zijn gebruinde arm voorzichtig om haar heen. Zij voelde een bruisende kracht die haar nu al vertrouwd voorkwam. Ze keek opzij, naar zijn sterke trekken en ze wist dat ze niets meer zouden zeggen. Vanaf nu was alles was goed. Gedaan met het verleden. Vandaag begon een nieuw leven voor Joke van Bergen.

Das prachtig.

Daarom.

Maar we kunnen er niks mee.

Wat niet.

Op de jaarvergadering niet. Je kunt niet zomaar gaan zitten voorlezen.

Waarom niet.

Ze zien ons komen.

Waarom niet.

Zon hele zaal vol. Hebben ze eerst vergaderd en koffie gehad met een koek en dan komt To van Liempt met dr kwis en dan komen er allemaal liedjes en stukjes en dan ga jij een boek zitten voorlezen.

Niet een heel boek. Alleen het laatste stuk.

Maar dan kun je het niet volgen.

Wie niet.

De mensen niet. Als je alleen het laatste stuk doet. Dan weet niemand waar het over gaat.

Dat hoeft ook niet. Het gaat om de sfeer.

De sfeer.

Net als bij een gedicht.

Een gedicht staat op rijm.

Of als bij klassieke muziek. Dan weet je ook niet waar het over gaat.

En anders doen we toch geen stukske.

Wat dan.

Dan doen we dit jaar toch gewoon aan de kwis mee.

Ja. (..) Dat kan ook.

Drie
Twee boerinnen. De een met varken, de ander met pen en papier.

Eerssel, Reusel, Bladel

Dat zijn er al drie.

Netersel

Vier.

Duizel.

Vijf.

Verder kom ik niet.

Ja. Zo winnen wij die kwis nooit.

De jongste van Martens is vorige week vertrokken.

De welke.

Pietje.

Die.

Zijn broer achterna. Het zal Jan en Mientje wel varen.

Nou.

Zo stil ineens in huis. En je fietst er niet zomaar even naar toe.

Ze hebben daar telefoon. In Canada.

Ja en internet en email en alles en das toch anders.

Hij had best kunnen blijven.

Ik kan het me anders goed indenken. Zo jong. Dan wil je vooruit kunnen. Ik moet er niet aan denken. Wij zijn er de mensen niet naar. Maar die Martensmannen, die moeten kunnen beren.

Moet je daarvoor naar Canada. En waarom kan dat hier niet. Jan Martens heeft een pracht van een bedrijf. Goeie grond, mooie stallen, veel beesten, maar amper schuld en ze zitten daar stikmooi te wonen.

Hun geld zit in de grond. Net als bij iedereen. Je kunt dat zomaar niet overdragen. En het is voor de kinderen ook niet zomaar op te brengen natuurlijk.

Ze willen te veel ineens, de jeugd. Dat is het.

En dan al die regels en voorschriften. Allemaal papierwerk. Pietje zei dikwijls: Ik zit meer achter de computer dan achter de koeien. Ik lijk meer een boekhouder dan een boer.

Daar lijkt-ie ook op.

Knappe gast, Pietje.

Maar geen boer.

Dat zou ik niet zeggen. Het schijnt dat hij ginder nogal van aanpakken weet.

Dat is dan iets nieuws. Hier pakte hij ze meer aan bij Van Dijk in het Hoekske. Toe maar Stan, geef die mannen gauw iets van mij. En dan tot vier uur s nachts naar de disco in Bels. Pietje. Pietje wel ja. Die staat binnen een half jaar terug op de stoep.

Hoeveel varkens zijn er in Brabant gemiddeld per inwoner?

Jij bedoelt voor de kwis. Van To van Liempt.

Bijna tweenhalf.

Tweenhalf varken per inwoner.

Dus dan kun je maar dooreten.

Zeven
Twee boerinnen. De een met varken, de ander met pen en papier.

Wist jij dat de hoofdprijs van de Postcode Loterij al drie jaar achter elkaar in Brabant is gevallen?

Ik koop nooit lootjes.

Das toch typisch.

Dat ik geen lootjes koop?

Dat die hoofdprijs zo dikwijls hier valt.

Ja maar dan wel steeds in de bebouwde kom. Niet achteraf. Ds pas typisch.

Is dat zo?

Hier wonen de mensen veel te ver uit elkaar. Dan is het voor de televisie niet te doen om op een kwartier tijd iedereen aan de deur te komen feliciteren.

Is dat zo?

Allemaal doorgestoken kaart. Ik koop geen lootjes.

Ik denk ook niet dat er veel boerenmensen aan meedoen.

Boeren willen wrken voor dr geld.

Ik zou er toch geen nee tegen zeggen als ze het kwamen brengen.

Dat is wat anders.

Wij zouden het best kunnen gebruiken, eigenlijk.

Dat is wat anders.

Voor de harmonie koop ik wel lootjes.

Dat is weer wat anders.

Of met de wielerronde.

Daar doe ik niet aan mee. Die komt niet langs hier.

Of voor het goede doel.

Afrika zeker.

Of Polen.

Polen. Dat is toch ook wat geweest, Polen. Toen met al die acties. Toen moest alles ineens naar Polen. Het schijnt dat die mensen daar doodgegooid werden met tweedehands kleren en koelkasten en fietsen en weet ik allemaal niet wat. Harrieke van de Mulder, dat was hier zo ongeveer de grote redder van Polen. Samen met To van Liempt. Ook zoiets. Dat fietsenwinkeltje liep toch van geen kanten dus Harrieke had tijd zat. En maar inzamelen, en maar inzamelen.

Dat was toch allemaal goed bedoeld.

Maar het moest nog wel naar ginder toe. En toen geen man meer te vinden die voor de zoveelste keer voor niks met de vrachtwagen naar Polen wilde rijden. De deur van dat fietsenschuurtje kan nog maar amper open van de rotsooi.

Dat was toch allemaal goed bedoeld.

Er is toen toch eens iemand van de krant meegegaan, mee naar Polen. Met Harrieke de Held. Maar bij het eerste het beste dorp stuurden ze hem door. Ze waren al voorzien. Hij kon het aan de straatstenen nog niet kwijt, al die onmisbare hulpgoederen. Harrieke. Altijd al graag de grote Ko uitgehangen. (..) Op school was het een groot varken.

Wist jij dat varkens en mensen heel veel op elkaar lijken?

Dan kun je aan Harrieke goed zien.

Ja maar ook geestelijk?

Dat zeg ik toch.

Tien
Twee boerinnen. De een met varken.

Anneke.

Ja.

Anneke van Cor Mutsters.

Ja.

Die laatst gestorven is aan

Ja ja.

Amper 45. Dat was een mooi afscheid. Met muziek en gedichten tussendoor. Heel speciaal. Heel eigen.

In de kerk.

Nee nee. Daar is de pastoor niet aan te pas gekomen.

De kerk gaat de boot missen als ze zo doorgaan.

Hij doet anders zn best genoeg. Weet je nog, toen met de pest, dat-ie speciaal de mis deed voor de varkensboeren?

Met een kartonnen varken voor het altaar staan preken. Dat heeft nogal geholpen.

To van Liempt had nog zo dr best gedaan op dat varken.

To wel.

Dan was dat met die gespreksgroepen beter ja.

Daar hadden ze het dan weer over rouwverwerking.

Dat was het toch ook eigenlijk.

En wie is er toen dan doodgegaan?

Het ws toch rouwverwerking. Ze hdden er toch veel verdriet van. Dat ze geruimd werden. Alles weg. In n klap. Gezonde beesten die doodgemaakt werden. Die niks mankeerden. Die niet eens besmet waren. Hup, de elektrocuteerwagen in. Met duizenden tegelijk. Gezonde beesten, prachtige varkens. Waar je dag en nacht voor gewerkt hebt. Ik kan me dat verdriet levendig voorstellen.

En wat was er anders met die prachtige varkens gebeurd? Leefden die dan nog lang en gelukkig?

Je brengt ze groot voor de slacht ja. Maar niet voor niet voor niet om ze door te draaien, alsof het tomaten zijn.

Ik weet niet als ik dat dan op televisie zag, ja je mag het misschien niet zeggen.

Dat het overdreven was.

Zo voor het oog van Jan en alleman. Met al die pers erbij. En dan zo staan schreeuwen.

Dus jij vindt dat het overdreven was.

Dat zeg ik niet. Maar je kunt het toch ook een beetje voor je houden, niet. Niet zo met al die cameras erbij. Dan maak je mij niet wijs dat

Dat wat. Dat je schreeuwt om die varkens. Denk jij dat je niet kunt schreeuwen om varkens. En wat dacht je dan van het doodspuiten van al die jonge biggen? Alleen omdat je ze anders niet kwijt kon. Mee die volle stallen en dat vervoersverbod. Spuit ze dan maar dood. Van die kleintjes, die je zelf nog op de wereld hebt helpen zetten godsamme.

Je gaat nou toch niet zeggen dat het bijna je eigen kinderen zijn h.

Het is een gevoel.

Ja.

Een bepaald gevoel.

Het geloof hier, in Brabant, das iets geks.

Hoe dan.

Nergens is de kerk zo hard leeggelopen en nergens wordt er op vrijdag nog zoveel vis gegeten.

Wij eten vrijdags ook altijd vis. En s zondags friet.

Een 12-delige mini-soap voor Omroep Brabant Televisie, in opdracht van ZT Hollandia. De dialogen werden gespeeld door Elsie de Brauw en Chris Nietvelt, de regie was van Johan Simons. Alle afleveringen werden meermalen uitgezonden in november en december 2001, parallel aan de speelperiode van de gelijknamige theaterproductie van ZT Hollandia in de voormalige Verkadefabriek in Den Bosch.