Romeo & Julia, De laatste zomer

Een zomers dorp aan de vooravond van de twintigste eeuw. Het feest van het Heilig Bloed staat voor de deur. De burgemeester waarschuwt de eeuwig rivaliserende Montecchi’s en Capuletti’s: hij wil dit jaar een fatsoenlijk feest, zonder vechtpartijen. Dan verschijnt Paris in het dorp, zoon van een rijke fabrikant. Hij dingt naar de hand van Julia Capuletti. Er hangt onweer in de lucht. Maar er is ook een andere dreiging, die van de nieuwe eeuw. En terwijl de ouderen behoedzaam wachten op de dag van morgen, maken de jongeren zich op voor het feest van vanavond. Blote voeten. Wapperende haren.

Fragment
Scène 26: Romeo is verbannen.

MA MONTECCHI
Het is op zondag.
Het is Allerheiligen.
Zondag der zondagen.
Vanuit mijn bed zie ik de mensen naar de vroegmis gaan.
De herfstzon door de takken.
Ik zit recht overeind en ik zeg tegen hem: ga de vroedvrouw halen, het is zover.
Nu?, vraagt hij.
Ja, zeg ik.
Nu.
Maar je bent er al nog voor je vader terugkomt.
Je bent snel.
Dan al.
Vlug als water.
Je wilt leven.
Je bént het leven.
Ik hou je aan mijn borst en we zien de mensen uit de kerk komen.
Je vader rent naar buiten.
Ik heb een zoon, ik heb een zoon.
Hij danst met zijn armen boven zijn hoofd.
Klapt in zijn handen.
Ik heb een zoon, ik heb een zoon.
De mensen komen aan het raam staan.
Kijken naar ons.
Lachen, zingen.
Ik heb een zoon, ik heb een zoon.

(op de achtergrond kijkt Romeo toe, ongemerkt voor haar)

Ik heb een zoon.
Hij heet Romeo.
Mijn Romein.
Naar de heilige Romanus.
Romeo Montecchi.
Mijn eerste kind.
Mijn zoon.

Waar woont de herinnering?
In welk deel van mijn lichaam?
De herinnering aan de eerste beweging in mijn buik.
De herinnering aan de pijn van zijn geboorte.
De herinnering aan zijn eerste geluid.
Zijn eerste zuigen.
Zijn eerste blik.
Waar?
In mijn hoofd?
In mijn hart?
Wat moet ik afsnijden om hem te vergeten?
Alsof ik hem nooit heb gehad.
Uit mijn schoot heb gekregen.
Vlees uit vlees.
Mijn god.
Mijn zoon.
Vergeten.
Dat gaat nooit.
Ontkennen?
Zeggen dat het niet zo is.
Ontkennen kan ik met mijn mond.
Alleen met mijn mond.
Alleen met de buitenkant.
Ik kan zeggen: ik heb geen zoon.
Maar ik heb hem wel.
Ik kan zeggen: ik verstoot mijn zoon.
Maar ik hou hem hier.
Voor altijd.
Ik zou het kunnen zeggen.
Ik kan het zeggen.
Als ze dat willen.
Alleen maar: zeggen dat ik geen zoon heb.
Zomaar.
Het zeggen.
Ik heb geen zoon.
Daar.
Ik heb het gezegd.
Ik heb geen zoon.
Nog eens.
Went het al?
Ik heb geen zoon.
Ik heb geen zoon.
Romeo?
Wie zegt u?
Nee.
Niet van mij.
Ik heb geen zoon.
Ik heb geen zoon.
Ik heb nooit een zoon gehad.

ROMEO
Mama!

Romeo & Julia, De laatste zomer (1999) is door Peter Dictus geschreven voor Het Zunderts Toneel, een nieuwe tekst naar de klassieker van William Shakespeare. De première was op 13 mei 2000, tijdens Shakespearement in Zundert, in de regie van Koen Schyvens.